De Stentor - maandag 23 februari 2004

Archeologie meer dan beetje schatgraven

Van een onzer verslaggevers

23 FEBRUARI 2004 - APELDOORN - ‘Kijk eens... oude bosgrond!‘, tikt Chris Nieuwenhuize zijn grondboor leeg naast het gat. Een teken voor het groepje amateurarcheologen om rekening te houden met een kleine of grotere ontdekking. Hoewel: ‘Ja, en dan hoor je zo ‘‘pssssss‘‘, en dan zit je in de gasleiding.‘.


Foto Tom van Dijke
Het is Harry Schotman die de gewichtigheid deze zondag in Berg en Bos weer even doorbreekt. Veldwerk met de Apeldoornse Archeologische Werkgroep is duidelijk voor een belangrijk deel ontspanning. Het blijft tenslotte een hobby.

Maar dat wil zeker niet zeggen dat het werk van deze amateurs niet serieus gebeurt of door beroepskrachten wordt weggehoond. In tegendeel: de inzet van de vrijwilligers is van grote waarde voor gemeentearcheoloog Maarten Wispelweij en andere beroepskrachten.

Amateurarcheologen hebben namelijk vaak een prima vaardigheid dankzij hun enthousiasme en praktijkervaring. Die is vaak aangevuld met specifieke streekgebonden kennis die bijvoorbeeld een beroepskracht die door heel het land werkt, niet heeft. Daar komt bij dat er zoveel werk te doen is dat elke serieuze inzet welkom is. Neem bijvoorbeeld de klus waar de werkgroep deze zondag mee bezig is. Na de recente vondst van een veldoven in Park Berg en Bos, waarin vermoedelijk de bakstenen voor Paleis Het Loo zijn gebakken, gaat de groep zoeken naar meer ovens. Voor een deel is dat gokken: een bosperceel wordt uitgekamd door hier en daar een spade of grondboor in de aarde te prikken.

‘Verkennende werkzaamheden als deze komen in de archeologie heel veel voor. En acht van de tien keer vind je niets. Je kunt wel nagaan dat het niet te betalen is als dat allemaal door beroepskrachten moet gebeuren‘, legt Schotman uit.

De 50-jarige Apeldoorner stond mede aan de basis van de Apeldoornse afdeling van de Archeologische Werkgroep. Het was eind jaren tachtig dat in deze gemeente historisch veldonderzoek waarde begon te krijgen. Dat gebeurde rond de bouw van de Korenpassage. ‘Van het een kwam toen het ander‘, vertelt Schotman. Dat er tot die tijd nauwelijks aandacht voor was, kwam misschien voort uit de misvatting dat Apeldoorn weinig historie te bieden heeft. ‘Inderdaad hebben wij niet zo‘n historische binnenstad als bijvoorbeeld Deventer of Zutphen‘, zeggen Schotman en Nieuwenhuize. ‘Maar toch heeft deze omgeving een heel verleden. Apeldoorn is op dit moment archeologisch zelfs een van de rijkste gemeenten van Nederland. Juist omdat bij ons veel in het buitengebied ligt, is het waarschijnlijk in veel gevallen heel goed bewaard geweest. Anders dan in Deventer, waar de hele stad bij wijze van spreken al drie keer over hoop is gehaald.‘

Daar over gesproken: in tegenstelling tot wat buitenstaanders mogen denken, laat een archeoloog vaak het liefst zaken zoveel mogelijk liggen. Boringen en andere opgravingen zijn vooral bedoeld om in beeld te krijgen wat ergens aan de hand is geweest. De vondsten zelf zijn daar ondergeschikt aan. ‘Mensen denken wel eens dat wij schatgravers zijn. Maar een gebroken pot kan ons meer zeggen dan een zak met tien gouden muntjes. Die zijn wel leuk voor het museum, maar wij willen graag leren wat mensen vroeger dachten en deden.‘

De archeologie-amateurs zijn zeer te spreken over de vrijheid en waardering die ze krijgen van gemeentearcheoloog Wispelweij en de rest van de gemeente. In sommige plaatsen is dat duidelijk anders. Maar de tegenwoordige waardering voor het cultuurhistorisch veldonderzoek kwam ook weer niet helemaal spontaan. Regelgeving van hogere overheden verplicht bepaald onderzoek. En dan kan het besparend werken om een werkgroep de gelegenheid te geven onderzoek te doen. Als de gemeentearcheoloog hijgend naar elk bouwproject zou moeten rijden om nog net voor de bulldozers metingen te verrichten, dan kan dat zo‘n bouw behoorlijk vertragen.

Voorlopig is er nog werk genoeg in de gemeente Apeldoorn. De werkgroep stort zich er met graagte op. ‘Natuurlijk zijn dit niet de ontdekkingen waar de hele wereld van op de kop komt te liggen. Maar het is wel heel tastbaar voor ons, en voor heel de Apeldoornse bevolking.‘

De Apeldoornse tak van de Archeologische Werkgroep houdt elke dinsdag in haar depot in het Acec-gebouw een openbare avond. Aanvang 20 uur.