BN/De Stem - woensdag 6 oktober 2004

‘Hulpverlening na treinbotsing ontoereikend’

Door Paulus Smits en Jan Martens


Woensdag 6 oktober 2004 - ROOSENDAAL – De hulpverlening na de treinbotsing in Roosendaal, vorige week, deugde voor geen meter.

Dat stelt letselschadeadvocaat Jan Sneep uit Bergen op Zoom. Hij bereidt samen met een van de veertig gewonden – plaatsgenoot Stijn Somers – een schadeclaim voor.

Sneep baseert zijn aantijgingen op Somers’ ervaringen. De Bergenaar zegt dat hij een uur lang in de trein heeft gelegen voordat hij er door ambulancepersoneel uit werd gedragen, liggend op een plank. Somers: „Daarna heb ik een half uur op die plank op de rails gelegen. Vervolgens ben ik per ambulance afgevoerd naar het ziekenhuis.“

Daar werd vastgesteld dat Somers twee licht gekneusde ribben had en een zwaar gekneusde arm. Ondanks de pijn moest hij op eigen gelegenheid zien thuis te komen. „Vervoer werd niet geregeld.“

Somers verwijt de NS dat er, ondanks de grote drukte vorige week donderdag, op het station een treinstel werd afgekoppeld. „Met honderden moesten we ons vervolgens in een veel te korte trein wurmen.“ Even later vond de botsing plaats.

Somers vindt dat de NS niet genoeg materieel inzetten in het spitsuur. „Ik reis vaak per trein, maar negen van de tien keer is het rond zes uur veel te druk. Terwijl je wel het volle pond betaalt, moet je genoegen nemen met een staanplaats. Nu zie je pas hoe gevaarlijk dat is“, aldus Somers.

Hij eist van de NS duizend euro smartengeld, vooral ook omdat hij naar eigen zeggen wegens zijn gekneusde arm zijn nieuwe baan heeft moeten afzeggen. Verder wil hij vijf maal driehonderd euro (voor vijf weken werkverlet) en een onkostenvergoeding van 250 euro, omdat hij zijn portemonnee en papieren bij de treinbotsing is kwijtgeraakt.

Letselschadeadvocaat Sneep vindt dat de instanties na de treinbotsing een ‘wanprestatie’ hebben geleverd. „Somers heeft een uur lang in de trein gelegen. Voor hetzelfde geld had hij een gebroken nek gehad. Het niveau van de hulpverlening bij dit ongeluk overstijgt niet dat van een ontwikkelingsland.“

De NS en de gemeente Roosendaal verwerpen Sneeps kritiek. „Als meneer Sneep vindt dat de hulpverlening niet deugde, moet-ie maar eens precies aangeven waar het aan schortte“, vindt gemeentewoordvoerder Marcel Schoones. „Volgens ons is er uiterst professioneel gewerkt. De hulpdiensten waren heel snel ter plaatse en hebben eerst de mensen afgevoerd die het zwaarst gewond waren. Alles is volgens het boekje verlopen.“

De kritiek van Somers op het afgekoppelen van een treinstel op het Roosendaalse station, kort voor het ongeval, is volgens NS-woordvoerder Henk van den Broek niet terecht. „Dat gebeurt met die trein bijna dagelijks.“ Volgens hem klopt het wel dat het erg druk was in de trein. „Dat is rond die tijd altijd zo op het stukje tussen Roosendaal en Bergen op Zoom. Maar het was zeker niet onverantwoord. We voldeden aan de normen die ervoor staan.“

Van den Broek bestrijdt dat het ongeval iets te maken heeft met het afkoppelen en de drukte in de trein. „Dat staat helemaal los van elkaar. Maar iedereen is natuurlijk vrij om een schadeclaim in te dienen. De rechter zal er een besluit over nemen.“