De Stentor - maandag 10 januari 2005

Herenhul was plek voor hogere rechtspraak in Middeleeuwen

Door WIM H. NIJHOF

10 JANUARI 2005 - APELDOORN - Apeldoornse amateur - archeologen hebben in een kuil in het Engelanderholt bij Beekbergen scherven aardewerk gevonden, die mogelijk dateren uit de veertiende of vijftiende eeuw. Naast de kuil lag vroeger de herberg Het Rode Hert. Heeft de herbergier gebroken aardewerk in het gat gegooid? Het zijn slechts vermoedens. Zeker is wel dat deze plek een rijke historie heeft.

Op een erf in de Engelanderholt, Hertsweide genoemd, heeft vanaf de vijftiende eeuw een oude herberg gestaan, Het Rode Hert. Deze stond op de plaats waar wellicht eerder een statige herenhof heeft gestaan. Al eerder zijn hier overblijfselen van Middeleeuws aardewerk opgedoken.

Zo is er in 1860 een gebroken potje met achthonderd zilveren Gelderse, Utrechtse en Hollandse munten opgegraven. Jhr. mr. Th.H.F.M. Riemsdijk, die in 1874 zijn proefschrift publiceerde over ‘De Hooge Bank van het Veluws Landgericht’, vermoedt dat deze munten al in 1327 of kort daarna in de grond terecht zijn gekomen.

Dat in het Engelanderholt een kroeg heeft gestaan, is niet zo verwonderlijk. Hier werd namelijk in de Middeleeuwen recht gesproken. Een zwerfsteen op de Herenhul, een afgelegen heuveltop vlak achter het Lukas ziekenhuis, herinnert daaraan. Op deze ‘Hooge Bank van het Veluws Landgericht’ werden alleen zaken in hoger beroep behandeld, vermoedelijk al in de dertiende eeuw, want in 1227 was ene Henricus er judex, richter; de naam Richtersweg is daarvan afgeleid. Eerst werden de zittingen alleen op zondagen gehouden, later begonnen ze al op maandagmorgen en duurden vele dagen.

Tijdens zo’n ‘klaring’ zag de Herenhul er kleurrijk uit. Op de voorgrond, boven op de heuvel, zat de landsheer, de hertogshoed met wuivende pauwenveren op het hoofd, rondom hem de even kleurig uitgedoste edelen met hun schildknapen, en dat alles tegen het decor van het geboomte van de Engelanderholt. De richter van Veluwen opende op plechtige wijze de zitting. Hij was al in de vroege morgen bij ‘klimmende zon’ op de gerichtsplaats verschenen, vergezeld van de gerichtschrijver en het verdere gevolg, in totaal acht mannen. Op het hoogste gedeelte van het podium stond de zetel van de landsheer, onder een baldakijn met het Gelderse wapen. Aan weerskanten zaten de kanselier en de raden van het Hof van Gelderland. Lager op het podium waren twee banken voor de ongeveer veertig ridders, nog lager zaten de afgevaardigden van de steden. De griffier en de landsschrijver zaten aan een kleine bank onder aan het podium. De overige ruimte was bestemd voor degenen die het geding hadden aangespannen.

Ook andere bijeenkomsten vonden hier plaats, het was immers een centraal gelegen plek, niet ver van Apeldoorn, dat op een kruispunt van wegen naar alle windstreken lag. En de Harderwijker Heerweg, de drukke handelsroute van het Veluwse ijzer in de Karolingische tijd, voerde dwars door de buurtschap Engelanderholt. De Herenhul lag in het hart van het ijzergebied.

In 1361 ontmoetten de Utrechtse bisschop Jan van Erkel, en Eduard, hertog van Gelre, elkaar hier voor een vergadering. En in 1423 is er een landsheer door het Veluwse platteland ingehuldigd. Ook schepenen uit Deventer reisden regelmatig naar deze contreien voor een overleg met de hertog of één van zijn vertegenwoordigers. En er waren ook vergaderingen van de Hanzesteden en van de Zuiderzeesteden waaraan Zutphen, Deventer, Zwolle, Kampen, Elburg en Harderwijk herhaaldelijk deelnamen.

Het was dan ook vaak in de Engelanderholt en in het nabijgelegen Beekbergen een drukte van belang: de hertog, de edelen en ridders trof je er, en ook de afgevaardigden van de steden, natuurlijk hun knechten en soldaten en niet te vergeten de toeschouwers. Kooplieden hadden er een stalletje waar ze hun waar probeerden te verkopen, ‘een vrije Markt wierdt gehouden, alsof er een Leger voor een Stad gelegen hadde’, schreef Arend van Slichtenhorst in de zeventiende eeuw.

Glazen

In de herbergen en ook in het Rode Hert werden de glazen volgeschonken en leeggedronken. In het Rode Hert overnachtten de afgevaardigden uit Arnhem, immers de grootste stad, het wapen van hun stad prijkte tijdens hun verblijf aan de buitenmuur van de herberg. De vertegenwoordigers van de kleinere plaatsen verbleven vermoedelijk in herbergen als ‘De Gouden Leeuw’ en ‘De Aap’ in Beekbergen. Veel ridders overnachtten in tenten. Na 1620 werden er op de Herenhul geen klaringen meer gehouden, de nieuwe plaats van samenkomst was Arnhem.

Een steen markeert de Herenhul waar vroeger recht werd gesproken. Foto BJÖRN KIEZENBERG